Strooiplan bij winterweer

Strooien in verschillende fases

De gemeentewegen zijn opgedeeld in categorieën van strooiroutes die worden gevolgd naargelang het tijdstip (schooldagen/weekend), de hoeveelheid sneeuwval en de zoutvoorraden.

Bij sneeuwval en ijzelvorming worden eerst prioritaire doorgangswegen en een aantal centrumstraten vrijgemaakt. Na deze route en afhankelijk van de hoeveelheid sneeuwval en de weersvoorspellingen worden ook plaatselijke verbindingswegen aangepakt. Het doel is dat iedere inwoner op 200 à 300 meter van zijn woonplaats op een sneeuw- en ijzelvrije weg kan komen. De schoolomgevingen, parkings en andere specifieke locaties worden ook in deze fase meegenomen.

Bij sneeuwval worden de fietspaden geborsteld en aanliggende fietspaden worden meegestrooid met de strooiwagen voor wegen. Hiervoor zet de gemeente ook externe aannemers in.

In de onmiddellijke omgeving van scholen, de gemeentelijke begraafplaats, openbare gebouwen en oversteekplaatsen staat de gemeentelijke technische dienst met een aantal ploegen paraat voor het manueel sneeuwruimen en zout strooien.

Afdeling Wegen en Verkeer van het Vlaams Gewest neemt de gladheidsbestrijding van de gewestwegen (N71, N748 en N790) op zich.

Waarom wordt er niet op elk plekje gestrooid?

Strooien op elk plekje in onze gemeente is ecologisch en economisch gezien onverantwoord. Strooizout is namelijk schadelijk voor het milieu en heeft een hoge kostprijs (materiaal, zout en personeel). Bovendien kan overmatig strooien negatieve gevolgen hebben voor het wegdek en voor beplantingen, wat nogmaals extra kosten met zich meebrengt.

Wat kan (moet) je zelf doen?

Bij sneeuwval of ijzelvorming is elke burger verplicht om voor zijn woning voldoende ruimte voor een doorgang voor voetgangers en fietsers schoon te vegen om gladheid te vermijden. De sneeuw wordt best aan de rand van de rijbaan opgehoopt zodat weggebruikers niet worden gehinderd. Indien de afvoergoten en rioolputjes sneeuw- en ijsvrij blijven, stroomt de sneeuw na het dooien het snelst weg.